I’m preparing a new blogpost aka column for Erik Van Vooren’s DM Update. I’d appreciate a little help from my friends and experts. Really appreciate 2 minutes of your time! Click on the button below to start the survey in a pop-up:
Thanks, Koen
I’m preparing a new blogpost aka column for Erik Van Vooren’s DM Update. I’d appreciate a little help from my friends and experts. Really appreciate 2 minutes of your time! Click on the button below to start the survey in a pop-up:
Thanks, Koen
Mijn trends zijn dit jaar niet exotisch. Geen augmented reality, hoe populair QR codes ook mogen zijn in de VS. SoLoMoCo laten we voor rekening van Bart Dewaele himself (link: Netlash Online trendrapport 2012). Iemand moet durven te kijken naar wat mainstream zal worden. Want zoals Seth Godin zegt: “Only when an innovation is dead can the real work begin. That’s when people who are seeking leverage get to work”. (Blog: Bring me stuff that is dead, please)
De laatste tijd heb ik vooral verdiept in sport-, schoenen- en moderetail (B2B2C). In die markten voelen stenen winkels de opkomst van online kanalen. Zowel het interweb als informatie- en vergelijkingsbron in de customer decision journey als het online verkoopskanaal.
In deze markten willen mensen vaak eerst passen en toch beïnvloedt online 4 op 10 aankopen anno 2011. Dat gaat stijgen. Nederlandse cijfers van ABN Amro: in 2015 koopt 50 procent schoenen alleen bij fysieke winkels. 42 procent koopt zowel online als offline. 8 procent verwacht alleen schoenen via internet te kopen.
Maar het is niet omdat je een verkoper hebt, dat je ook goed verkoopt. Denk maar aan Al Bundy. Die was nochtans ‘Shoe Salesman of the Year’ in 1968. Zo gaat dat ook online. Het is niet omdat je online dingen doet, dat het iets oplevert.
Op welke trends moet je dus als retailer/fabrikant/merk/distributeur inspelen, wil je in 2015 nog meespelen?
1. Blend it: breng offline naar online
Klassieker: als Google je niet kan vinden, dan de consument ook niet. Maak een website voor je winkel of je merk, verkoop er je collectie, sla een praatje met je bezoekers, help hen kiezen, net zoals in je echte winkel. Maar dan via Facebook en Twitter. En een nieuwsbrief. E-mail zal nog een jaar of tien meegaan. Ooit schreef ik in dit trendrapport: e-mail is de nieuwe fax. En die bestaat ook nog. Zeker in de retail.
2. Blend it: breng online naar offline
Zet een mooie mac of een iPad in je winkel. Maatje uitgeput? Liever een andere kleur? Je kan je klant verder helpen met deze wondere uitbreiding van je stock. Laat mensen zich in je winkel inschrijven op je email nieuwsbrief, je liken op Facebook en tweeten, instagrammen en inchecken via foursquare. Sticker dat op je deur. Ooit gaan mensen tijdens je sluitingsuren kinectgewijs door je webshop browsen. Via een projectie op je vitrine. (Link: 7 Tech trends by Microsoft)
3. Even geduld #not
Fouten op je website, doodlopende 404 pagina’s jagen bezoekers weg als Freddy Kruger in Elm Street. Pure horror in een doodlopende steeg. Mensen tonen hoe langer hoe meer zero tolerantie voor een site die hun tijd verspilt. Pagina niet gevonden. Fout in de transactie. Na drie klikken niet vinden wat je zoekt. Het jaagt mensen weg. Neem daar bij dat je nooit de volledige aandacht hebt van je bezoeker (CPA, het continuous partial attention syndroom). Die deel je met anderen. Laat het dus vooruit gaan. Wees rechttoe rechtaan op je website. Mensen willen iets gedaan krijgen (iets kopen, informatie vinden, …). Pas als je hebt bewezen dat snel te kunnen leveren, ga je meer aandacht krijgen. Hartelijk dank om al tot hier te lezen.
4. Second screen
Nog een uiting van CPA. Meer en meer gaan we multitasken. Twitter volgen tijdens TV-programma’s. Villa Vanthilt experimenteerde daar mee, met een carrièresprong voor het twittermeisje tot gevolg. We gaan naar het voetbal kijken op onze tablets terwijl de kinderen de laatste Pixar op de plasma spelen. Of je bekijkt de aflevering van Dagelijkse Kost terwijl je Jeroen Meus’ recept klaarmaakt. Terwijl de ui fruit update je je Facebook status: “Net geweend bij recept van de Jerre Meus: veel ajuin!”
5. Kijk en luistergeld
Steve Stevaert schafte het af tien jaar geleden (2001). Vandaag kiezen meer en meer mensen ervoor te betalen voor een meer persoonlijke media service. Net voor ik dit schreef, kwam Spotify op de Belgische markt. Voor een abonnementsbedrag van €5 of €10 per maand luister je onbeperkt naar de muziek die jij en je vrienden goed vinden. Er is ook een gratis versie betaald met reclame (als je zelf niet betaalt, ben jij het product). Google TV speelt alles wat je in huis hebt (TV abo, bestanden op je media center…) en meer. Youtube content bvb. en series te huur via Netflix. TV-zenders en kabeldistributiebedrijven verdienen extra met TV on demand: previews, herbekijken en digitaal huren.
6. We are all publishers
Een pleidooi om interessant en betekenisvol te zijn. Zoals Ron Shevlin schreef: klassieke marketing werkt lang aan de productie van communicatiemiddelen (advertenties, spots, …). Omdat de distributiekost zo hoog ligt, stuur je best een effectieve en geteste boodschap de wereld in. Met sociale (en online) media daalt de distributiekost gevoelig. Je kan makkelijk elk uur tweeten. Kost je 24 minuten en levert je 24 boodschappen aan een fractie van advertentiekosten.
Het addertje zit hem in de 24 boodschappen per dag. Om die betekenisvol en relevant te maken, heb je veel creativiteit (manuren) nodig. Voor de prijs van enkele TV-spots bouw je een state-of-the art website. Maar daarom is die nog niet interessant. Denk als een uitgever. Die heeft journalisten die elke dag interessante verhalen brengen en zo een relatie opbouwen met hun lezers.
Netlash publiceert dit trendrapport op haar website om uw aandacht te trekken, in plaats van als Al Bundy domme pick up lines en doorzichtige verkoopspraat uit te kramen. Dat is de nieuwe marketingkost: creatie en relatie. Netlash weet dat en om hun creativiteit te boosten, vraagt Netlash input aan hun vrienden en volgers op sociale media. De (co)creatie van dit rapport kostte ongetwijfeld bloed, zweet en een paar laatavondpizza’s – met slapeloze nachten tot gevolg. Het resultaat staat er: elk jaar een razend interessant rapport.
En wat heb jij te vertellen?
What the fuck is #pepi? vroeg de wereldwijde twittergemeenschap zich vandaag af. En terecht. Ze keken als moniken uit het scriptorium naar Gutenberg.
Eerst de radiofeiten:
Een jury van 25 befaamde twitteraars koos vandaag in opdracht van radio 1-programma Peeters en Pichal de meest inspirerende twitteraar van Vlaanderen. Jo Caudron (koedro genoemd door Annemie) kwam duiding geven. 125 000 twitteraars, voor een deel mediageile BV’s (waaronder politici), voor een deel mediamensen en nog wat paardenkoppen gebruiken twitter in Vlaanderen. Het is een hype, vond Annemie en van die mening kon Jo Caudron haar moeilijk afbrengen. Trouwens puik van Jo dat hij niet kwaad werd van de onderbrekingen door la Peeters. Om de vijf woorden bijna. Stel je voor dat hij een redenering had kunnen opbouwen… “Wie niet twitter, vindt het misschien maar niks, hihi”, vergoelijkt Annemie haar gedrag met een lachje.
Besluit van de eerste minuten: twitter is een medium voor mensen die een mening willen ventileren. Een beetje zoals Radio 1 vandaag tussen 9 en 11.
Dan de echte. Of hetgeen Jo Caudron allemaal had willen zeggen.
“Wat belangrijk is, verschijnt toch in de krant”, vindt Annemie nog. “Dat is de arrogantie van de klassieke media”, wist Jo Caudron nog net voor het volgende plaatje op te werpen. Daar gaat het net om. Twitter is sneller dan de klassieke media, vaak zelfs sneller dan de radio, voor echt nieuws. Dat legt meer druk op de klassieke media. Ze worden minder nieuwsbrenger en meer nieuwsduider.
“Hoe maken we twitter nu democratisch?”, de onvermijdelijke vraag van een consumentenprogramma met de baseline ‘je geld en je leven’. Internet is zo duur in België, vooral mobiel internet. Tja. Andere discussie.
Voor politici en BV’s vormt twitter vooral een manier om direct te communiceren met hun publiek. Zonder de filter van de media. Daar zit de meerwaarde voor hen. En mensen die hen volgen, vinden dat prima. Dat gaat met merken net zo. En daarom investeren die meer en meer in online en minder in mediaruimte.
@DeFlik stelt het juist: twitter gebruik je als een filter om voor je vakgebied relevante informatie te vinden. Het bespaart je uren zoektijd. Fok het aantal volgers. Het gaat om de juiste mensen volgen die VOOR MIJ interessant zijn. Zonder dat een redactie eerst moet oordelen of dit of gene item voldoende kijk-en luistercijfers zou opleveren.
Twitter is een sociaal netwerk – een containerbegrip vandaag. De essentie: ik hou contact met mensen die ik niet vaak genoeg zie en ik leg contacten met andere interessante mensen. En ja hoor, ik heb zo al veel fijne mensen ontmoet.
En de winnaar was:
“Lees er eens een voor”, vroeg Annemie aan Michel Baeten (@mbaeten), pas tot meest inspirerende twitteraar van Vlaanderen uitgeroepen. Michel Baeten, volledig opgaand in zijn rol, kon er niet direct eentje opnoemen. Twitter is vluchtig en echt een ander medium, moet hij hebben gedacht.
Als hij een twunch organiseert in Tessenderlo of Scherpenheuvel, ben ik van de partij. O.a. om te lachen met de radio, hihi.
PS: had op twitter aan #pepi een lijstje van de 25 juryleden gevraagd, maar kreeg geen antwoord. Stond ook niet op hun site.
Vorige week in onze brievenbus: het speelse Yunomi magazine van Unilever. Laat ons dat even naast de rest van de huis-aan-huis folders leggen.
Wat valt op:
Laat ons even kort het Yunomi magazine bespreken.
De inhoud
Want het blijft een sterk staaltje content marketing. We are all publishers now! Mooi dat Unilever context creëert voor haar merken. De bedoeling daarvan: de relevantie van de producten in het leven van de consumens bewijzen. Klassiekers zijn recepten en reistips. Yunomi geeft ook energiebesparingstips voor thuis, toffe uitjes met kinderen, tips voor gezonder leven met minder cholesterol en nieuwe fitnesstrends. Ook nog: werken aan je lichaamstaal en uitstraling. Kortom, een verdienstelijk initiatief om de strijd om de voorkeur in de winkel sterker te beginnen en zo de prijsconcurrentie te ontvluchten.
Dat moet natuurlijk geloofwaardig blijven. Een artikel over hypersensitiviteit – hooggevoeligheid – besluiten met “En dan ook nog… gevoelige tanden”, tja, dat is er wat bijgesleurd naar mijn mening. Het minimaliseert het echte probleem van overprikkelde mensen. En het doet afbreuk aan de bedoeling en de waarde van het Yunomi magazine. Door die mismatch treedt de commercie nadrukkelijk op de voorgrond. De geloofwaardigheid daalt en het vertrouwen van de lezer is geschaad.
Conclusie: zeer verdienstelijk en oude gewoontes schemeren door.
Vraag: zijn dan de andere huis-aan-huisfolders met hun duidelijke promoties niet transparanter/eerlijker?
De strategie en tactiek
Het idee van een online platform waarop je consumentenprofielen met bijhorende interesses verzamelt, is niet nieuw en dat is niet erg. Succes hangt af van de kwaliteit van uitvoering. Gerichte aanbiedingen doen om irrelevantie, irritatie en uiteindelijk negeren te vermijden, is zeer zinvol. Dat kan op zo’n online platform. Tot hier alles prima.
De keuze voor huis-aan-huisbedeling probeer ik beter te begrijpen. Door wat hineininterpretierung en niet gehinderd door enig inzicht in de resultaten van de actie. (pas dat hier graag aan mits meer info) Wat gebeurt er bij de consumens, mijn vrouw bvb?
De grote vraag die ik heb, luidt: kan zo’n huis-aan-huisactie in content marketing en zonder online ondersteuning? M.a.w. Hoeveel vrouwen gaan op basis van deze actie de url Yunomi.be intikken en zich registreren? Dat kan je perfect meten. Of hoeveel mensen gaan met de kortingsbonnen naar de winkel? Ook perfect te meten. De kost van de boodschap ‘registreer je op Yunomi.be’ ligt vrij hoog. Redactie, lay-out, distributie… tel maar uit.
Bij huis-aan-huisbedeling heb ik een ken-ik-u-van-ergensgevoel, meestal een weinig goeds voorspellende pick-up line. Yunomi laat toch best die ‘from somewhere’ achterwege. Maar hoe?
Het antwoord: Unilever onderhoudt ook een Yunomi Facebookpagina en een twitter account. Op deze media ligt de kost per boodschap veel lager. Het lijkt me op het eerste gezicht efficiënter om gerichte Facebook ads te plaatsen en Google adwords. Daarnaast zou je m.i. moeten kunnen inschrijven op een nieuwsbrief met inspiratie, tips en exclusieve aanbiedingen voor je lid moet worden. Vraag permissie om te informeren. Creëert vertrouwen. Door te vragen lid te worden en een profiel aan te maken, vraagt Unilever veel voor een eerste contact.
Simpele nieuwsbriefinschrijvingen verlagen de drempel en creëren vertrouwen – indien je ook je claims waarmaakt. Of beter nog: de verwachtingen overtreft. Misschien resulteert dat in minder profielen maar het zal wel meer geïnteresseerde consumensen opleveren. Een deel van het grote huis-aan-huisbudget kan dan gaan naar gerichte DM. Minder kwantiteit, meer kwaliteit, minder marketingkost, meer ROI. Crisisbestendig.
Volgen jullie deze redenering?
Today Fast Company’s technology newsletter headed “Smartphone wars are over“. Google’s Android os is outnumbering Apple’s iOS. RIM’s blackberry sales are in trouble and MicrosoftNokia has not yet surprised the market, if it ever will. Android and iOS share world domination and between each other a cold war..
My view is that the answer will lie in the system. The ecosystem surroundig and supporting the os’s. Apple off course has this great pyramid system, reaping 30% of all app and in-app sales, plus it’s hardware sales revenue. Google/Android does not quite have a revenue stream that vast and consistent. Different partners share the cake: Samsung, HTC and others. Different partners mean also different software versions on different hardware devices. And eventually different performance and user experience. That being on the product side. Let’s talk about the system now.
Android is a platform where Google’s partners and Android Market providers can make money off (like Apple’s app store). Apple is the sole beneficiary of all sales around the iPhone. But I’m curious to learn about Google’s business model for Android. Will it stay open source (and free)? Today Google also announced that it will make Google maps partly paying for heavy website usage. Android could evolve to a Freemium model, allowing ‘gold partners’ a little more openess to the source code. Will Android evolve to a platform-as-service freemium business model? We’ll be watching.
Also, to keep up with Apple’s innovation, Google and it’s partners need to invest a similar amount of resources (ballpark). Android’s resources will be consumed partly to have it running on different devices. So they have more clutter. And less resources left for innovation. As Seth Godin said: doing 2% less, may well get you 80% less.
Now move to the user end. Android offers users more apps, but most of the new apps are launched on iOS first. Psychologists suggest a freedom of around 7 choices makes us the happiest. More choice will cause more stress. So, do we need more apps? With this question we go back to the product talk of individual apps: no, we need better apps. Not nicer looking or fully customisable apps. We need no friction apps that help perform tasks better. I love the Apple reminders app in iOS5. Didn’t need to set it up, it just worked with the installed accounts. Tweeking code is for a minority of geeks (important guys, but a minority).
In the end, the user experience will determine the success of the OS/harware combinations. The ecosystem supporting each supplier will allow that supplier to innovate to a certain degree. In my view, Apple has the current advantage. Unless Android can capture more of the business market (like with this cool Blackberry killer app Bizztrust) like Microsoft did with the PC and from there on move into consumer’s homes.
That were my thoughts. What are yours? Please add in the comments.
Nieuwe werkgever, nieuwe gsm operator. Zo simpel is het, maar niet voor Proximus.
Klanten die deze ambtenarenboîte willen verlaten, maken ze het lekker moeilijk. Een relaas van de klantendienst naar het Belgacom center naar de fax en verder leidde dit naar nergens.
Mooi vb van switching costs verhogen of onkunde?
26 juli: telefoontje naar 6000, de klantendienst
Die is genoemd naar het gemiddelde aantal seconden wachttijd. Na Peeters en Pichal en de radio 1 campagne is er aan de wachttijden niets verandert. Enkel het berichtje ‘de wachttijden zijn momenteel langer dan normaal’ lijkt eerder regel dan uitzondering.
Eindelijk een “operator” aan de lijn:
“ik verander van werkgever en zou graag mijn gsm nr behouden”
“dat kan ik niet meneer, dat moet u in een Belgacom center regelen”
De IT verantwoordelijke op mijn werk kreeg ook nog een tip van de proximus account manager: laat het nr overzetten naar een pay&go, dat gaat sneller. Snel, dat leek we wel wat.
27 juli: in het Belgacom center
Ik trek een nummertje, “anders kunnen wij u niet bedienen”
“ik verander van werkgever en zou graag mijn gsm nr behouden, ik wil mijn huidig nr overzetten naar pay&go”
“dat kunnen wij hier niet, daarvoor moet u naar Brussel faxen”
“faxen?”
“ja, anders doen ze het niet daar”
“dus ik moet speciaal verlof nemen en bij een faxformulier komen halen?”
“ja meneer, ik kan er ook niets aan doen, dat moet zo van Brussel”
“En je moet een handtekening van de zaakvoerder hebben en een kopie van zijn paspoort toevoegen”
“ok, geef dat formulier dan maar mee”
27 juli: op het werk
Ik heb had een toffe directeur, dus die maakt een kopie van zijn identiteitskaart en tekent het formulier van proximus.
Formulier en kopie identiteitskaart op de fax.
Ondertussen is er nog altijd niets gebeurd en blokkeert Proximus de nummeroverdracht van Mobistar omdat het nummer deel uitmaakt van een abonnement. Dat liep al 6 jaar, dus van contractuele verplichtingen rond vroegtijdig beëindigen van contract zou ook geen sprake mogen zijn.
In de hoop dingen te laten bewegen, deze blog.
Wie kan helpen? Dank bij voorbaat.
Ondertussen meldt business support van Mobistar dat Proximus het nummer nog altijd blokkeert omdat het deel is van een bedrijfsabonnement. Uiteraard wel, zolang ze hun werk niet doen.
Ondertussen domiciliëring stopgezet. En ga ook laatste factuur van 18/8 protesteren.
Een Facebook app kan tot 400% meer nieuwe gebruikers zorgen. Dat zeggen Sinan Aral en Dylan Walker, twee MIT proffen, in Fast Company. In een studie vergeleken ze twee versies van een app bij een anoniem merk. De app in kwestie was ‘iets met films’. Met nieuwe gebruikers bedoelen de onderzoekers fans die de facebook app installeren op hun Facebookprofiel.
Samengevat komt het hier op neer:
1 apps naargelang soort van interactie
- Passieve berichtgeving: je hebt apps met passieve berichtgeving n.a.v. interacties (push naar newsfeed). Bvb. app plaatst berichtje in de newsfeed van de gebruiker wanneer die in de app bvb. zijn/haar favoriete film heeft aangeduid.
- Actieve berichtgeving: je hebt apps met actieve, gepersonaliseerde interactie: de app stelt de gebruiker in staat om zijn/haar contacten vanuit de app een direct facebookbericht te sturen, bvb. over haar favoriete film of een pas geschreven filmrecensie.
2 resultaten onderzoek
Kort schema’tje:
3 Conclusies
Apps die passieve berichten sturen, zorgen vooral voor snellere awareness dan Facebook ads en e-mail ads.
Apps die personaliseerbare berichten laten sturen, zorgen voor meer activering. Dat gaat trager omdat minder mensen effectief zo’n bericht naar hun vrienden sturen.
4 Opmerkingen terzijde
Komt dat wat overeen met jullie ervaring? Laat het me weten via de comments hieronder.
Toen ik zes jaar geleden in de kelder van Philipssite in Leuven kwam solliciteren bij Flanders DC, kwam ik thuis met een dubbel gevoel: ofwel ben ik hier terug weg na zes maanden, ofwel kunnen we iets moois uitbouwen. Het heeft zes jaar geduurd, tot nu. Zes jaar met verschillende types van directeurs, ministers, projecten, events, doelgroepen die elk hun uitdagingen hadden. Zes jaar ook waarin er op communicatievlak veel is veranderd. Zes jaar geleden startte Facebook. SecondLife passeerde. Twitter kwam op. LinkedIn groeide tot meer dan 800 000 gebruikers in België. En Flanders DC heeft nu ook een goed draaiende blog; een echte. Ik heb de evoluties in de marketing- en communicatiewereld mogen volgen en toepassen. Dat was heel boeiend. Ik ga al de dingen die ik heb geleerd nu toepassen bij een bedrijf uit de Flanders DC doelgroep: RA Company, een (k)mo met een stevige groei-ambitie. Daar zal ik de online marketing gaan uitbouwen.
In die zes jaar ben ik ook veel over mezelf te weten gekomen. Dat ik jobinhoudelijk eerder een architect ben dan een bouwvakker bvb. Ik grap daarbij dat het op andere vlakken eerder andersom is. Ik heb altijd verwachtingen proberen te managen en ik denk dat mensen met wie ik samenwerkte weten wat ze aan mij hebben (gehad) en ook wat niet. Ik ben altijd een voorstander geweest van een duidelijke positionering.
Ik kijk met veel trots terug op de voorbije zes jaar maar denk dat mijn vertrek ook een uitgelezen kans is om de communicatie van Flanders DC verder te vernieuwen en te verrijken met nieuwe ervaring en perspectieven.
Dus, Flanders DC, niet vaarwel maar tot ziens.
O ja, hier ga ik naartoe:
RA Company verdeelt voornamelijk ‘performance’ sportmerken als CamelBak, Buff, Aetrex , Altura, Bergans, Glagla en Skins, maar ook Magnum (voor veiligheidspersoneel) en FitFlop.
Bron: http://www.slideshare.net/HubSpot/the-science-of-timing
Analyse van Hubspot op basis van US data, maar niettemin interessant. Zoals bij een goede mop is timing ook in online communicatie alles.
Kort overzicht
Algemeen: don’t crowd your content: niet teveel pushen, forceren of afschermen. Wat is niet teveel? Hangt af van publiek en waarde van je content. Zal wat aftasten en bijsturen inhouden.
Twitter
Facebook
E-mailing
Blogposts
Wat denken jullie? Andere of gelijkaardige ervaringen?